Hoe veiliger een bank lijkt, hoe alerter beleggers moeten zijn. ABN Amro rapporteert nauwelijks kredietverliezen. Dat gaf de winst de afgelopen jaren een stevige impuls. De vraag is of beleggers daarop kunnen blijven rekenen.
“Een eiland van rust, in een volatiele wereld.” Zo omschreef hoofd risicobeheer Serena Fioravanti ABN Amro onlangs. Dat is een gedurfde typering in een wereld met oorlogen en een Amerikaanse handelspolitiek die geregeld voor abrupte en moeilijk voorspelbare schokken zorgt.
De cijfers lijken die rust op het eerste gezicht te weerspiegelen. In 2025 hoefde de bank nauwelijks geld opzij te zetten voor slechte leningen. De zogenoemde cost of risk kwam uit op slechts 1 basispunt, een voorziening van ongeveer 20 miljoen euro op een leningenboek van ruim 250 miljard euro. In verhouding is dat vrijwel niets.
Ook vergeleken met sectorgenoten als ING (19 basispunten), Rabobank (17 basispunten) en KBC (13 basispunten) is ABN Amro een buitenbeentje.
Tijdens de jaarvergadering op 22 april erkende ceo Marguerite Bérard de macro-economische onzekerheid, maar gaf ook aan dat dit weinig impact heeft op de balans van de bank.
De vraag rijst: hoe heeft de bank dit voor elkaar gekregen, en is dit houdbaar?
Nauwelijks kredietverliezen
Sinds de coronajaren zijn de kredietverliezen uitzonderlijk laag. Dat staat in schril contrast met 2020, toen ABN Amro nog 2,3 miljard euro aan voorzieningen moest nemen voor verwachte verliezen door corona, de oliecrash en een reeks probleemdossiers in de oude zakenbank, waaronder een clearingklant die zijn verplichtingen niet kon nakomen.
De extra buffers die tijdens corona werden opgebouwd, maar ook voor geopolitieke (Oekraïne) en sectorspecifieke risico’s (stikstofdossier), bleken lang niet helemaal nodig.
Achter die lage kredietverliezen zit dus meer dan alleen sterke klanten, waar Bérard naar verwijst. In de afgelopen jaren profiteerde ABN Amro ook van vrijval van de eerder aangelegde stroppenpot, gunstigere aannames in de risicomodellen en stijgende huizenprijzen, waardoor verwachte verliezen lager uitvallen.
Zo kon ABN Amro in 2023 nog 158 miljoen euro aan eerder genomen voorzieningen terugdraaien doordat risico’s minder zwaar werden ingeschat en modellen werden aangepast. In 2024 volgde opnieuw een netto vrijval, en ook in 2025 werd de kredietlast gedrukt doordat een deel van die buffers niet meer nodig bleek.
De cost of risk van 1 basispunt in 2025 is daarmee niet alleen het resultaat van een sterke kredietportefeuille, maar ook van boekhoudkundige meewind.
Na de piek in 2020 zijn kredietverliezen vrijwel verdwenen
Bron: jaarverslagen ABN Amro
Ombouwoperatie
Toch zijn de lage kredietverliezen niet alleen het gevolg van boekhoudkundige meewind. De bank zelf is ook fundamenteel veranderd. De meest risicovolle niches van de oude zakenbank, scheepvaart, offshore-energie, diamanthandel en handelsfinanciering, zijn grotendeels verdwenen.
Voor miljarden euro’s aan risicovolle leningen is afgebouwd en hele sectoren zijn van de balans gehaald. Zo heeft de bank naar eigen zeggen nog maar beperkte blootstelling aan private credit en hefboomleningen, waar andere banken juist mee worstelen.
Wat resteert is een leningenboek dat voor bijna twee derde bestaat uit Nederlandse woninghypotheken. De stijgende huizenprijzen fungeren daarbij als een steeds dikkere buffer. De gemiddelde lening bedraagt nog maar iets meer dan de helft van de marktwaarde van het onderpand. In het jargon: een loan-to-value van 54 procent. Daarnaast valt 23 procent van de hypotheken onder de Nationale Hypotheek Garantie, waarbij een fonds het risico deels opvangt als een klant in gebreke blijft.
Met ruim 250 miljard euro aan leningen blijft een bank altijd gevoelig voor tegenvallers. Door de afbouw van internationale activiteiten lijkt ABN Amro minder rechtstreeks blootgesteld aan mondiale schokken.
Daar staat wel iets tegenover. Risico zit nu vooral in één hoek: de Nederlandse huizenmarkt. Werkloosheid en huizenprijzen zijn daarmee de belangrijkste variabelen voor de kredietkwaliteit, en indirect ook voor de winst en de aandelenkoers van ABN Amro.
Verlaging van risico-outlook
Die ombouw verklaart waarom ABN Amro de doelstelling voor risicokosten stapsgewijs heeft verlaagd naar 10 tot 15 basispunten, tegen 25 tot 30 vijf jaar geleden.
De bank wijst erop dat de cost of risk, vorig jaar nog 1 basispunt, weer oploopt naar de onderkant van de nieuwe bandbreedte. “Ik ben nog steeds comfortabel met die verwachting”, aldus Bérard op de jaarvergadering.
Daarmee erkent de bank impliciet dat 2025 geen normaal jaar was. Een cost of risk van 1 basispunt is eerder uitzonderlijk dan structureel. In het vierde kwartaal zat de bank alweer in die richting, met 11 basispunten, gedreven door hogere verliezen op zakelijke leningen.
Daarbij valt een eerdere meevaller geleidelijk weg: de vrijval van voorzieningen draagt steeds minder bij aan de winst. De zogenoemde loan impairment allowance - de buffer voor verwachte kredietverliezen - is sinds 2020 gedaald van circa 3,5 miljard naar 1,2 miljard euro.
Die daling laat zien dat een belangrijk deel van de eerdere buffers is vrijgevallen. Dat hield de cost of risk laag, maar die steun valt nu grotendeels weg. En dus verdwijnt ook een impuls voor de winst.
Het potje raakt leeg: kredietvoorzieningen ABN Amro op laagste punt in jaren
Bron: jaarverslagen ABN Amro. Voorzieningen voor verwachte kredietverliezen op klantleningen (loan impairment allowance), stand per jaarultimo. Bedragen in miljarden euro.
Testcase NIBC
De echte test komt wanneer de bank weer een grote nieuwe kredietportefeuille binnenhaalt. Met de overname van NIBC gebeurt precies dat.
“Een natuurlijke fit”, zo noemde afzwaaiend president-commissaris Tom de Swaan de deal die in november vorig jaar werd aangekondigd. Op het eerste gezicht klopt dat: NIBC is groot in sparen en hypotheken en past binnen de huidige strategie.
Ook de prijs oogt aantrekkelijk: circa 960 miljoen euro, ofwel 0,85 keer de boekwaarde. Maar goedkoop is alleen goedkoop als die boekwaarde niet wordt uitgehold door kredietverliezen.
In de jaarcijfers van NIBC kwamen namelijk forse kredietverliezen naar voren op glasvezelleningen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De voorzieningen liepen op tot 52 miljoen euro, voornamelijk door vertraagde uitrol, beperkte toegang tot financiering en toenemende concurrentie. Dat is relevant, want NIBC heeft 2,2 miljard euro blootstelling aan digitale infrastructuur. Daarbinnen zitten de problemen vooral bij glasvezel in het VK en Duitsland.
Bérard hield vast aan haar positieve beeld. De due diligence was volgens haar grondig, “natuurlijk ook voor de corporate portefeuille”. Volgens haar was alles wat in de jaarcijfers naar voren kwam al in de beoordeling meegenomen. “Wij zijn zeer comfortabel met de situatie”, aldus de Française.
De bank is duidelijk veranderd, maar het vertrouwen van beleggers is nog niet vanzelfsprekend. Zoals de topvrouw het zelf zegt: strategie is de eerste 20 procent. De rest is executie. En juist daar ligt de echte test, ook bij nieuwe dossiers zoals NIBC.
| Is 11 procent rendement voor de zakenbank genoeg? |
|
• De kernvraag voor beleggers is niet alleen hoe winstgevend ABN Amro is, maar ook hoeveel kapitaal nodig is om die winst te realiseren. De zakenbank laat al jaren zien dat juist die verhouding scheef ligt: het kapitaalbeslag is hoog, terwijl het rendement achterblijft. • In 2028 moet Corporate Banking een rendement op eigen vermogen van circa 11 procent halen, tegenover circa 9 procent nu. Dat klinkt acceptabel, maar is in feite de ondergrens: ongeveer gelijk aan de kosten van het eigen vermogen. Er wordt dan waarde behouden, maar nauwelijks gecreëerd. • Dat wringt des te meer omdat juist deze divisie het meeste kapitaal opslokt. Bérard probeert dat aandeel terug te brengen, maar de lat ligt niet heel laag: ook in 2028 blijft circa de helft van de risicogewogen activa aan de zakenbank toegerekend. Daar zit het echte probleem. De zakenbank is kleiner geworden, maar niet (veel) lichter. Voor elke euro aan zakelijke leningen moet ABN Amro nog altijd veel meer kapitaal aanhouden dan bij hypotheken. • Kortom: zelfs in het beste scenario blijft ongeveer de helft van het kapitaal vastzitten in een activiteit die niet of nauwelijks meer rendement oplevert dan de kapitaalkosten. Het contrast met de rest van de groep is groot. De particuliere bank draait op een licht risicoprofiel en moet richting 2028 een rendement van meer dan 25 procent halen. Vermogensbeheer vergt weinig kapitaal, levert stabiele inkomsten en mikt op een rendement dat ruim het dubbele ligt van de zakenbank. • De richting is goed, maar moet er niet veel drastischer worden ingegrepen, vroeg de VEB tijdens de jaarvergadering. Volgens Bérard moet die niet op zichzelf worden beoordeeld. “Het gaat niet alleen om rendement per divisie, maar om de totale klantrelatie.” Zakenbankklanten nemen vaak meerdere producten af en zijn in de breedte waardevoller. Maar de bank gaf geen hard getal voor de waarde van de cross-selling. Voor beleggers blijft de vraag dan overeind: kan deze activiteit echt op eigen benen staan? |
Waarom blijft zoveel kapitaal vastzitten in de minst rendabele tak? 
Bron: ABN Amro, presentatie Capital Markets Day.